zondag 19 oktober 2008

Spruitjes uit Darfour

Na jarenlang de schoolbanken en bijhorende stoelen de rug te hebben toegekeerd was het zaterdagochtend tijd voor een rendez-vous in het domotica-gebouw van Syntra (kortrijk). De Drupal-opleiding is eindelijk van start gegaan alhoewel ik de manier van les geven ongelooflijk chaotisch vond. Een hutsepot van nieuwe termen werden door mij strot geduwd en tijd om te slikken was er nauwelijks. Een portie zelfstudie en een snuifje doorzettingsvermogen zullen wel als maagzout dienen om de leerstof te verteren. Ik had 's ochtends echter nog geen idee dat ik 's avonds in Oostende nog eens echte hutsepot kreeg voorgeschoteld. Varkenspootjes, koeietongen, oortjes van uitgestorven diersoorten en konijnenstaarten lagen broederlijk naast elkaar te pruttelen en uit te rusten in een stalen stoofput op een gezellig bedje van koolblaadjes en spruitjes. Alhoewel de culiniaire Oostendse keuken doorgaans van zeer hoog niveau is, begon mijn maag dit maal in opstand te komen. Ik had gelukkig eerder op dag op de Oostendse Oktoberfoor reeds wat proviant binnengesmukt zodat ik geen anorexia-waanbeelden kreeg. Alle gekheid op een stokje - en volgens mijn ma is dat stokje lang - deden de televisiebeelden op Canvas die avond mijn maag pas echt keren.

"Op de thee bij Janjaweed" was een Vranckx reportage op Canvas dat handelde over de milities in Darfour. Nima Elbagir slaagde er in om - als eerste westerse reporter - de arabische milities(Janjaweed) in Darfoer te volgen. Al jaren vechten ze een bloedige stijd uit met de Afrikaanse rebellen. Een strijd die uitzichtloos lijkt en getekend wordt door verkrachtingen en plunderingen. Jonge mannen van mijn leeftijd staan daar 's morgens niet op om goed geluimd achter hun pc te kruipen om marketinganalyses te maken, maar achter hun afweergeschut om oorlogsstrategie├źn te bedenken. De kloof tussen onze beide werelden is ontzettend hoog. Je vraagt je dan af waar we in onze "beschaafde" westerse wereld in hemelsnaam mee bezig zijn. Momenteel worden er miljarden gepompt in het bankair systeem. Ons kapitalistische snoephuisjes staan immers op instorten en moeten gestut worden. Dat er duizenden kilometers op een Afrikaans continent mensen zelfs geen strooien huisjes hebben om zich te beschutten tegen de striemende en dodelijke zon lijkt ons minder te deren. We zijn eerder bezorgd om de dalende beurscijfers dan de dalende overlevingskansen. Traandruppels van beursgoeroes ontroeren ons meer dan Afrikaanse bloeddruppels. We liggen woelend in ons bed te meimeren over onze spaarcentjes terwijl anderen op de koude grond liggen te denken of ze de volgende ochtend wel zullen halen. Laten we echter niet pessimistisch of fatalistisch worden, maar zelfrelativering is soms mooi op zijn plaats in dergelijke economische barre tijden. Als de beursorkaan is gaan luwen hoop ik dat men de schade ook herstelt in Afrika. Een humanitaire en economische knoeiboel waar we als westerse kolonialisten zelf voor gezorgd hebben. We mogen trots zijn op onszelf. We kunnen misschien onze Vlaamse hutsepot met spruitjes exporteren naar deze gebieden?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen