zaterdag 25 december 2010

Het jaar van de woordvoerders

Groot alarm gisteren! De traditionele kersttoespraak van koning Albert was zo saai dat ik bijna in een comateuze toestand moest afgevoerd worden naar spoed. Als een sanseveria op een bureau stond koning Albert zijn kersttoespraak immers zonder enig gevoel of originaleit af te lezen. De vraag die op mijn lippen brandde was wie eigenlijk die teksten schrijft. Een dergelijke copywriter of woordvoerder zou verbannen moet worden uit het koninkrijk, zijn creativiteit zou in de vergeetput gegooid moeten worden. Het zou toch anders kunnen, niet? Waarom kan Albert niet gezellig in een zetel zitten met zijn sloffen aan? Terwijl de open haard gezellig knispert komt Paola binnen met een Piet Huysentruyt schort aan en twee tassen warme chocomelk. Terwijl Albert speecht, geeft hij ondertussen ook een tik op de billen als Paola zich naast hem wil neervleien in de koninklijke zetel.

Ik stel me bij deze dan ook graag kandidaat om de nieuwe woordvoerder te worden van het koninklijk paleis. We mogen het werk van de woordvoerders echter ook niet onderschatten. Bij deze zou ik dan ook enkele woordvoerders in de spotlight willen zetten omdat ik hen bewonder voor het communicatief werk dat ze verrichten in moeilijke tijden. Als het goed gaat zijn het immers de ceo's die het beeldscherm opvrolijken, als het mis gaat zijn het de woordvoerders die de brokken mogen lijmen.

1. Hajo Beeckman: Wie horen we als er files zijn? Inderdaad Hajo Beeckman (het Vlaams Verkeerscentrum) mag het telkens komen uitleggen als het verkeer zich weer voortbeweegt als een gepensioneerde wijngaardslak.

2. Jurgen Mettepenningen: Als er één woordvoerder is geweest dit jaar waar ik medelijden mee heb gehad dan is het toch wel Jurgen Mettepenningen, de voormalige woordvoeder van bisschop Leonard. Het lijkt me handiger om aan je ellebogen te likken dan Leonard in goede banen te leiden. Leonard is met zijn maandelijks brutoloon van 8.500 euro volgens mij de best betaalde stand-up comedian in ons land.

3. Jochem Goovaerts: Je moet volgens mij wel een sm-trekje hebben om woordvoerder te worden van de NMBS. Elke dag lijkt er wel iets mis te gaan. De trein met "bestemming beter" -de slogan van de NMBS - lijkt in ieder geval een paar eeuwen vertraging te hebben [lees blogpost].

4. Sabine Hagedoren: Ze is de woordvoerster van de weergoden en doet dit steeds met een glimlach. Door de wind, door de regen, aan de woorden van Sabine zal het nooit hebben gelegen. Het enige nadeel van Sabine is dat ze met haar twee hogedrukgebieden de weerkaarten steeds voor de helft bedekt.

Als deze mensen in de toekomst op het beeldscherm of de radio verschijnen met slecht nieuws, dan hoop ik dat u pavlovsgewijs geen citroengezicht gaat trekken. Deze mensen doen er alles aan om slecht nieuws zo te verpakken dat het allemaal minder erg lijkt. Indien er trouwens nog een woordvoeder ontbreekt, aarzel dan niet om deze held of heldin hieronder te vermelden. Ze zijn het waard!

donderdag 23 december 2010

NMBS slaat Mea Culpa

Maria mag van geluk spreken dat ze dit jaar niet moest bevallen van haar messias. Indien haar water zou breken zou Jozef direct een zak strooizout moeten bovenhalen en als ze een NMBS-trein had genomen in plaats van haar ezel dan had ze haar stal vermoedelijk nooit op tijd hebben bereikt. Ik kon vandaag trouwens weer meespreken over de koude en NMBS-ellende. Als een bevroren ijspegel zit je te wachten op je trein en de enige bron van informatie om je aan te verwarmen zijn de rode vertragingscijfers op de informatie-borden.

Ik moet wel toegeven dat ik vandaag aangenaam verrast was door de email van de NMBS die in mijn emailbox zat waarin het directicomité de reizigers dankt voor het begrip en het vertrouwen. De pdf-brochure die je kan downloaden is mijns inziens geslaagd qua opbouw: objectieve feiten gevolgd door oorzaken en het plan van aanpak. Laat ons wel hopen dat ze uivoeren wat ze beloofd hebben want de trein met "bestemming beter" -de slogan van de NMBS - lijkt in ieder geval een paar eeuwen vertraging te hebben.

donderdag 16 december 2010

Het citroengezicht-syndroom

De gemiddelde Belg wordt met een aantal lichaamlijke afwijkingen geboren zoals een baksteen in de maag en een zware voet. Het valt me de laatste tijd ook op dat heel veel mensen lijden aan het citroengezicht-syndroom. Een ziekte waarbij de mondhoeken naar beneden zijn gezakt waardoor een zure smoel ontstaat. In sommige gevallen is het aangeboren, in veel gevallen is er echter een externe factor. Treinen die vertraging hebben durven het syndroom extra te prikkelen en een benidorm bastard op de weg die schrik heeft van het gaspedaal laat menigeen ook niet onverschillig. Medisch – edoch niet wetenschappelijk ondersteund – onderzoek doet vermoeden dat ook de manier waarop bedrijven met klanten omgaan het citroengezicht-syndroom kunnen doen ontstaan.

Zo las ik begin deze week een uitspraak van Lloyd-topman Piet Verbrugge naar aanleiding van de koerswijziging van de bank, waarbij het accent komt te liggen op vermogende klanten. Vermoedelijk was de doos “subtiele communicatie” uitverkocht bij zijn laatste bezoek aan Aldi en moest deze winkelketen het ontgelden tijdens een interview. “Wie op zoek is naar een Aldi, is bij ons aan het verkeerde adres”, aldus de topman die met zijn strategie ervoor zorgt dat klanten die te weinig opbrengen voor de meeste verrichtingen verbannen worden naar één kantoor in Brussel.

Een ander voorbeeld waar veel mensen terecht een zuur gezicht van kunnen trekken zijn callcentra en klantendiensten die ons eindeloos laten wachten en eelt op onze vingers bezorgen door de talrijke nummers die moeten worden ingetoetst. Cabaretier Youp van 't Hek startte een tijdje geleden een kruistocht tegen T-mobiles onvriendelijke klantenbehandeling. In Vlaanderen zijn het Peeters en Pichal die het consumentenharnas aantrekken tegen deze praktijk van de bezigheidstherapie. Ook Vincent Van Quickenborne kreeg onlangs trouwens een aanval van het citroengezicht-synrdoom toen zijn televisie uitviel en vaststelde dat het callcenter van Belgacom ’s avonds niet bereikbaar is.

De vraag die ik me vaak stel is of mensen soms niet overreageren op bepaalde zaken die verkeerd of in hun ogen te traag gaan. Ik heb zoals iedereen ook al eens iemand door de lijn willen trekken. De laatste keer lukte dat echter niet omdat het cellulitis nijlpaard dat me te woord stond te veel trekkracht vergde. Ik geloof echter dat liefde soms ook van twee kanten moet komen. De vragen die u in het begin moet intoetsen hebben  doorgaans een functie en als u een telefonist(e) aan de lijn krijgt, begin dan niet te zuchten en direct te klagen! Laat het citroengezicht-syndroom niet winnen. It takes two to tango!

zondag 5 december 2010

29e Marketingcongres: Relevant is plezant

Marketeers zijn volgens vele van mijn vrienden "verkopers van warme lucht". Toen ik gisteren het ICC-gebouw in Gent opzocht voor het 29e Marketingcongres van Stichting Marketing volstond het dan ook om een spoor van smeltende sneeuw te zoeken. “Een slijmspoor had ook best volstaan”, hoor ik mijn buurvrouw nu al denken. We zijn als marketeer inderdaad niet altijd relevant en (s)lijmen de consument met valse beloftes. Het thema “Return on Relevance” is dan ook niet zo irrelevant gekozen. Alvast enkele gedachtesprongen die aan mijn hersenpan zijn aangevroren uit de verschillende sessies. Indien sommige paragrafen van deze blog u zouden vervelen dan kan u ook gewoon een sfeer-samenvattig krijgen door naar de bijhorende muziek te luisteren.


Choose Life [ ► music]
We vuren volgens Barry Schwartz teveel productkeuzes af op onze consument waardoor ze verlammen zoals bij de parafix in Merlina. Indien ze toch komen tot een keuze blijven ze achter met een knagend gevoel want alles is onderhevig aan de eeuwigdurende vergelijkingstest. Hierdoor creëren we ongelukkige consumenten. “It all looks great,I can’t wait to be disappointed”, vat Schwartz goed samen. Het verklaart bijvoorbeeld waarom de online actie van Timberland om je eigen schoenen te ontwerpen volledig is mislukt. De uitdaging van iedere marketeer is de ‘sweetspot’ te vinden, het punt waarop we niet teveel én niet te weinig aanbieden aan onze consumenten.

It’s a small World after all [ ► music]
Albert Ragon, general manager Danone Belgium, trakteerde het publiek op een veel te lange bedrijfspresentatie. Het enige dat gelukkig bleef plakken zoals het dekseltje van een potje Danone youghurt was de term Glocalité. Volgens Ragon denken veel bedrijven volgens het principe “think global, act global”. Danone hanteert daarentegen eerder de filosofie van “think local, act global”. Het succes van het in België bedachte – in mijn ogen echter wansmakelijke (don’t shoot me) – speculaaspasta is daar een mooi voorbeeld van.

They don't care about us [ ► music]
Het komt voor naïeve marketeers misschien hard over maar “Your customers don’t care about you”. Joe Pulizi vindt het dan ook belangrijk als markteer om “different” te zijn. Ik kreeg een Seth Godin deja vue gevoel bij zijn stelling, maar een aantal voorbeelden van deze ‘content marketing evangelist’ (ik heb de term echt zelf niet uitgevonden) waren wel goed. Zo verkoopt de website Wine Library Tv niet zomaar wijn: “It’s not what you sell (wine). It’s what you stand for. Everyone deserves to understand the wine experience”. De bekende “Will it blend”-spotjes zijn een ander bekend voorbeeld om de kracht van uw product op aan a-typische manier onder de aandacht te brengen.

Music was my first love [ ► music]
Stel je voor dat je een slagerij hebt en iedere klant verlaat zonder te betalen de winkel omdat ze vinden dat de natuur van iedereen is. De kans dat je zelf in de gehaktmolen belandt is statistisch vrij groot. Toch vinden velen het normaal om muziek te pikken van muzikanten via allerhande illegale downloads. Deze evolutie – gecombineerd met de moeizame zoektocht voor beginnende muzikanten naar een platencontract - vroeg volgens Bart Becks en Maurice Engelen voor een ander businessmodel in de muziekwereld. Hun idee van fanshares is zo eenvoudig dat het me achteraf gezien verbaast dat niemand er eerder op is gekomen. Door “consumenten” (i.e. muziekfans) aandeelhouder te laten worden in het album van een artiest kan je enerzijds je product (i.e. muzikant) lanceren en anderzijds weet je dat er mensen zijn die ambassadeurs zullen zijn voor dit product. Het deed me onbewust ook denken aan de hele actie van Duvel Moortgat die belloofde om de Duvel Tripel Hop terug te produceren als er 10.000 mensen fan zouden worden op Facebook. De actie zorgde er onder andere voor dat Johan Van Dijck Marketeer van het jaar werd. Wie op voorhand buy-in zaait voor zijn (nieuw) product, zal succes oogsten.

Stop in the name of love [ ► music]
Consumenten zijn door de moderne technologie homo zappiens geworden. Ze zappen door het leven en zullen enkel op pauzeknop drukken indien er een added-value voor hen inzit. Bij de speech van Bob Gilbreath (chief marketing Strategist bij P&G) pauseerde ik bij enkele gedachtesprongen.

• Hyundai slaagde erin om de verkoop met 6% te doen toenemen, terwijl de verkoop van de autosector met 19% daalde. Door potentiële kopers te beloven dat ze hun auto ingeval van teleurstelling kosteloos konden inleveren, gaf dit consumenten een – om het in maandverbandtermen uit te drukken – een veilig gevoel van bescherming. Volgens mij doet Ikea dit wel al jaren of vergis ik me nu?

• Je product of marketing personaliseren op maat van de consument is volgens Gilbreath een andere belangrijke stap om te komen tot relevante marketing. Goede voorbeelden zijn de avatar-campagne van McDonalds, de gepersonaliseerde M&M’s en Lego die fans toelaat om zelf legodesigner te spelen.

• Online meets offline dankzij de social media-platformen. Dankzij Nike Running kunnen Nike-lopers bijvoorbeeld interactief zijn met andere lopers of hun facebookvrienden en kunnen brildragers hun (facebook)vrienden inschakelen bij het kiezen van het juiste montuur.

We don't need no education? [ ► music]
De hamvragen op het einde van een dergelijk tweedaags marketingcongres is steeds: “wat hebben we nu geleerd”. Buiten de gastspreker professor Barry Schwartz, Bart Becks & Maurice Engelen (Sonic Angel) en David Sable (Wundermann) ben ik niet echt van mijn stoel gedonderd. De meeste sprekers leken allemaal stiekem te hebben afgesproken om in grote lijnen hetzelfde te zeggen. Op zich is daar niks mis mee, maar zou het niet beter zijn om elke spreker een bepaald topic meer in detail te laten uitspitten? Eén twitterspecialist, een specialist in citymarketing, de mogelijkheden van Linkedin in de B2B-sector, de kracht van social media in de fundraising-sector, etnomarketing, enzovoorts. Tijdens een Miss België wedstrijd iedere kandidate horen zeggen dat ze de wereld mooier wil maken heeft ook nog niemand een intellectueel orgasme bezorgt. Hopelijk worden daar wel lessen uitgetrokken. Ik hoop wel dat ze christophe deborsu volgend jaar opnieuw vragen. Zijn humor was niet steeds relevant, maar wel plezant!

zaterdag 27 november 2010

Dead artists conspiracy

Als u de voorbije dagen een (online) krant hebt geraadpleegd, zal uw oog vermoedelijk twee zaken hebben opgemerkt. Enerzijds wordt de muziek van The Beatles sinds vorige week aangeboden op iTunes. Een slimme zet als je ziet dat muziekfans wereldwijd op één week tijd twee miljoen nummers en 450.000 albums van The Beatles hebben gedownload. De legendarische band krijgt ter promotie zelfs een - al dan niet vlug in elkaar geknutselde - reclamespot van een halve minuut. Anderzijds was er een interview met Tim Berners-Lee in het wetenschappelijk tijdschrift Scientific American. 'De oprichter van het internet' geeft er iTunes, de muziekwinkel van Apple, een muzikale veeg uit de pan. "Je bent niet meer op het web. De wereld van iTunes is gecentraliseerd en ommuurd. Je bent gevangen in één winkel, in plaats van dat je je op een open marktplaats bevindt. Voor de toekomst ben je afhankelijk van de verbeelding van één bedrijf", aldus Tim Berners.

Wie er van de hele discussie niet zal wakker liggen zijn de nabestaanden van de dode sterren die nu schitteren op iTunes. Net als The Beatles kwam ook Michael Jackson onlangs weer in het nieuws omdat hij een nieuw nummer heeft uitgebracht. Michael Jackson, die op 25 juni 2009 overleed, verdiende de afgelopen twaalf maanden zo'n 196 miljoen euro. Daarmee voert wijlen The King of Pop het lijstje aan van best verdienende dode sterren. Dit doet mij tevens denken aan een andere grote legende namelijk de 'gangsta rapper', Tupac Shakur. Na zijn dood werd een enorme hoeveelheid nieuw materiaal ontdekt en uitgebracht. De kassa rinkelde als nooit tevoren.

De (eventueel in scène gezette) dood van artiesten als Michael Jackson, Elvis Presley of Tupac Shakur zou volgens sommigen een populariteitsstunt zijn geweest, bedoeld om de verkoopcijfers verder op te krikken. Een complot om  een celebrity uit te melken tot de uiers van de melkkoe op de grond slepen. Het is dan ook pure entertaining om de complottheorieën hierover te lezen op het internet. U moet maar eens googlen op "Dead artists conspiracy". Als u de komende weken Elvis Presley of John Lennon zou tegenkomen in de Veldstraat of op de Meir, dan weet u pas echt met zekerheid dat ze zijn gestorven in naam van de marketing en de sales.

Joren Herremans
Matthieu van den Bogaert

zondag 21 november 2010

Frietburger: innovatieve verleiding?


Hebt u er ook al over nagedacht om uw frietjes tussen uw hamburger te persen? Geen smakelijk idee volgens mij, maar Quick is de eerste om het daadwerkelijk als "nieuw" product aan te bieden. Merken moeten immers voortdurend zichzelf heruitvinden om in de gunst van de consument te komen, maar vooral te blijven. De hamburgerketen lanceert op 30 november dan ook de frietburger, de eerste hamburger met frietjes in.

De vraag is waarom ze dit doen? Omdat de jeugd van tegenwoordig een grotere mond heeft gekregen waardoor ze meer nodig hebben om hun smoel mee vol te proppen, zou een mogelijke insteek kunnen zijn. Het consumptiegedrag verandert en daar spelen merken zoals Quick dan ook slim op in. Zo lanceerde Quick al begin dit jaar de controversiële halal burger in Frankrijk. Over de frietburger zegt Quick in een persbericht het volgende:
    "De Suprême Allumettes kost 4,35 euro en daarvoor krijgt u een 'genereuze' gehaktsteak van 150 gram op een bedje van batavia-sla, bedekt met emmental, mayonaise met mosterd en lekker dunne frietjes, dat alles tussen een groot en zacht wit broodje dat lichtjes bestrooid is met griesmeel."
De ham(burger)vraag

Tot zover de verkoopspraat. Elk rationeel slachtoffer van deze consumptiemaatschappij weet dat hoe groter de hamburgers van Quick en McDonalds op de foto worden, hoe kleiner ze in je handen blijken te zijn. Waarom zou ik meer betalen voor iets waar ik minder aan heb? Natuurlijk is men nieuwsgierig om deze nieuwe caloriebom te proeven en het is juist die nieuwsgierigheid die Quick gebruikt om een nieuw hamburgerconcept te testen. De ham(burger)vraag is of de symbiose van twee zaken tot een nieuw product echt een baanbrekende innovatieve verleiding is. De laatste jaren zie je dergelijke geboortes steeds vaker opduiken: de speculaaspasta, de champagneshampoo, condooms met fruitsmaak en de chocolade-tandpasta zijn maar enkele voorbeelden. LU en Côte D'Or gooiden dit jaar ook nog hun producten in de gezamenlijke mixer.

In ieder geval, alvast smakelijk aan degene die de frietburger willen proeven. Het aanbod is slechts tijdelijk want na 10 januari 2011 verdwijnt de Suprême Allumettes weer uit het aanbod. Als je trouwens geluk hebt liggen er daadwerkelijk enkele echte frieten op je burger!

Joren Herremans
Matthieu van den Bogaert

zaterdag 20 november 2010

Later wil ik marketeer worden

Wat wil jij later worden? Euh...geen idee juffrouw. Wist ik veel dat ik tegen juffrouw Suzzy 25 jaar geleden moest antwoorden dat ik marketeer wou worden. Ik zou waarschijnlijk een kwartier in de hoek hebben moeten staan als straf. Vandaag de dag zou ze zeker het onderzoeksrapport "A Bit Rich: Calculating the real value to society of different professions" hebben gebruikt om mij Berlusconi-gewijs op andere gedachten te brengen. The New Economics Foundation (NEF), dat het rapport publiceerde, pleit voor een fundamentele heroverweging van de manier waarop de waarde van werk wordt erkend en beloond. Zo heeft een kuisvrouw meer waarde dan een bankier. Ook reclamejongens en marketeers krijgen een goede veeg uit de pan.

    Advertising agencies are keen to demonstrate the returns they create for their customers. These estimates of additional sales generated allowed us to calculate the share of overconsumption attributable to advertising, and then the damage that causes. We found that for every £1 of value created by an advertising executive, £11.50 is destroyed. This is almost the exact reverse of the hospital cleaner.

Een hele tijd heb ik zelf gespeeld met het idee van timmerman, maar mijn duimen hebben tijdens een nationaal congres beslist met de andere vingers dat dergelijk beroep uitgesloten is. Met het idee van tekenaar heb ik ook nog rondgelopen. Het ingangsexamen in Sint-Lucas te Gent was echter net iets te zwaar. Een naakte vrouw tekenen in 5 minuten was problematisch. Ik was net klaar met het oorlelletje en ik moest de rest nog tekenen. Uiteindelijk is er dus iets compleet anders uit de bus gekomen: marketeer. Vroeger was ik trouwens weg van het boek "Later wil ik stuntman worden." Eigenlijk raar dat ik dat nooit heb overwogen? Alhoewel je als marketeer ook wel moet stunten...

ps: Het rapport A Bit Rich: Calculating the real value to society of different professions kan je hier downloaden.

SinterMarketing

Toen ik eergisteren mijn voet brak bij het verlaten van de Vlerick-poorten, zag ik tijdens de val in geweldige slow-motion mijn jonge leven voorbijflitsen. De hoogtepunten en de dieptepunten werden op mijn netvlies geprojecteerd. Eén van de dieptepunten in mijn leven was toen ik vernam dat Sinterklaas niet bestond. Het was alsof er een Al Qaida bom avant-la-lettre in mijn jonge hart ontplofte. Hoe had ik mij ooit in de luren kunnen laten leggen door mijn ouders en vooral, de katholieke kerk. Ik voelde me keihard gepakt. Ik was dan ook blij dat er dit jaar een film in de zalen kwam die de onverbloemde waarheid durfde zeggen over Sinterklaas: Sint. Een leuke horrorprent van Dick Maas die Sinterklaas afbeeldt als een moordlustige bisschop die pakjesavond vrij letterlijk interpreteert . Roger Van Gheluwe is hiermee vergeleken zelfs een echt mietje.


Niet alleen de inhoud van de film intrigeerde me, ook de hele commotie die de film met zich meebracht was/is een lust voor mijn marketingoog. Zo vond de organisatie Ouders & Coo de filmposter ontoelaatbaar en aanstootgevend voor kleine kinderen. De Nederlandse Stichting Reclame Code vond de aanklacht echter onterecht:
"De Commissie heeft slechts geoordeeld over de poster zoals deze nu in de bioscoop hangt, nu de poster tot dusverre uitsluitend op deze wijze openbaar is gemaakt. De Commissie heeft weliswaar begrip voor de standpunten van klagers, maar is op grond van het volgende van oordeel dat de grens van het toelaatbare niet wordt overschreden. Op het eerste gezicht herkent men op de poster het silhouet van Sinterklaas op zijn paard, en dit acht de Commissie voor kinderen niet angstaanjagender dan een willekeurige andere afbeelding van de Sint. Het gezicht van de Sint is zeer onduidelijk en donker afgebeeld. Bij bestudering van zeer nabij wordt dit nauwelijks anders. Gelet hierop acht de Commissie het niet aannemelijk dat kinderen ten gevolge van dit beeld angstig zullen worden of dat zij hiervan nachtmerries zullen krijgen."source
Ik denk dat de Nederlandse Stichting Reclame Code deed wat de Belgische tegenhanger JEP niet durfde bij de sloggi-affaire. De hele heisa is trouwens een marketingdroom voor de makers van Sint. Een paar moraalridders voelen zich in hun gat gebeten en trekken aan de figuurlijke alarmbel, die vervolgens zoveel lawaai maakt dat iedereen over Sint praat. Als dat nog niet genoeg was voelden ook de inwoners van de Italiaanse stad Bari zich in hun katholieke kont gebeten. In Bari worden blijkbaar de restanten van Sinterklaas bijgehouden. Extra olie op het marketingvuur is het gevolg. Het resultaat van Sint mag er dan ook wezen: een gouden openingsweekend in Nederland met 100.000 bezoekers en een omzet van bijna 700.000 euro.

Het verschil met de marketingmachine van Harry Potter kon niet groter zijn. Ik vermoed dat de budgetten om de tovenaarsfilm in de aandacht te krijgen een veelvoud zijn van deze van Sint. Ik verschiet er zelfs van dat men de treinen in België en Nederland nog niet heeft omgebouwd tot rijdende bezemstelen. Nee, geef mij maar een beetje controverse want wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de aandacht. Ik heb trouwens een vermoeden dat Jan Verheyen net zoals Zot van A ook deze film wil vertalen naar een Vlaamse versie, ik had alvast een acteur in gedachten die dit met verve zou kunnen doen. Controverse verzekerd!

zondag 31 oktober 2010

I love #boekenbeurs

Ik ben gisteren tot een schokkende ontdekking gekomen: Er bestaat een nieuw alternatief voor de iPads, laptops en andere digitale dragers: boeken. Het leuke van deze nieuwe technologie is dat je geen adapter nodig hebt, je hem meermaals kan laten vallen zonder te breken en vooral de opstarttijd is zo fenomenaal dat je je iPad of laptop nog enkel zou willen gebruiken als frisbee of dienblad. In de Antwerpse Expo werd gisteren de aftrap gegeven van een heuse boekenbeurs waar deze nieuwe technologie werd geïntroduceerd bij het grote volk.

Goddelijk boekenaanbod

Iedereen wou de boeken aanraken en opsnuiven. Van programmeurs en IT-nerds was er op de boekenbeurs geen sprake. Ze waren vervangen door schrijvers die zich niet beperken tot onverstaanbare en saaie programmeerproza. Het viel me op hoe divers hun aanbod was. Je had niet alleen grote uitgeverijen zoals Lannoo, Van Halewijck en Van Dale, maar ook andere bedrijven die op de kar van deze hype willen springen: VTM, Amnesty International, Cavaria en Studio 100 kwamen hun literaire munitie afschieten op het volk. Zelfs  Kerk en Leven was er met een boekenstand. Helaas was er van een signerende bisschop Leonard geen sprake en helaas werden er geen hosties of andere goddelijke gadgets uitgedeeld. Het zal crisis zijn voor iedereen!

Book in a box

book in a box
Met de eindejaarsperiode in het vooruitzicht lijken boeken me trouwens wel een nuttig cadeau of relatiegeschenk. De vraag is echter welk boek je zou kunnen geven.  Iedereen heeft immers een eigen smaak en iemand een boekenbon geven is even leuk als een klein kind dat verneemt dat Sinterklaas een verklede vent is. Book in a box zou wel eens de oplossing kunnen betekenen voor de eindejaarsperiode.  Het concept is eenvoudig, maar bij mijn weten wel uniek in België. Je schenkt aan je partner, ouders of maîtresse een doosje van Book in a box waarbij je kan kiezen uit een aantal categorieën: bekroonde romans, baby op komst, lekker koken, fantasie van de bovenste plank, etc. Iedere box bevat reeds een twintig boeksuggesties die passen bij deze categorie. Op de boekenbeurs maakte ik kennis met de twee enthousiastie bezielers Steven Gardyn en Sylvia Feytons die absoluut geloven in hun product.
"Ons concept is grotendeels gebaseerd op de principes van het boek ‘Maak van je merk een held’ van marketeer Guillaume Van der Stighelen. We wilden vooral het warme, intieme karakter van een boek benadrukken én een goed alternatief zijn voor de toch wel onpersoonlijke boekenbon.”
Het leuke aan de stand van Book in a box op de boekenbeurs was absoluut de wedstrijd 'Het foute boek'. Bezoekers kunnen in een koker hun boek kwijt waar ze een trauma aan hebben overgehouden en kans maken op een book in a box. Ik ben alleszins benieuwd hoe vaak het boek van Bisschop Leonard in de trommel zal opduiken! Noem het een immanente nieuwsgierigheid!

vrijdag 24 september 2010

Het olifantenmarketing boek van Anja Stas

olifantenmarketing
Ze was reeds een kindsterretje voor haar geboorte en gebruikt het slurje voor nuttigere doeleinden dan Roger Van Gheluwe. Kai-Mook is de naam en olifantisch is haar marketing-faam. Reden genoeg voor Anja Stas, commercieel directeur van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen, om een olifantenmarketingboek neer te pennen over de branding en hype van het schattige olifantje. Eergisteren zakte ik af naar Antwerpen om de voorstelling van Anja Stas’ nieuwe olifantenmarketing-boek (uitgegeven door Kluwer) bij te wonen.


Kai-mook als verantwoorde love brand
Bioloog Dirk Draulants mocht de inleiding verzorgen en beantwoordde één van de hamvragen die in mijn hoofd plakte: “Is Kai-mook reduceren tot een “love brand” niet een beetje pervers. Volgens Dirk Draulants hebben dierentuinen - die oorspronkelijk de ontmoetingsplaats waren voor de bourgeoisie - vandaag de dag een zeer belangrijke sensibiliserende functie. Een deel van het geld dat voortvloeit uit campagnes zoals deze bij Kai-mook gaat immers naar diverse beschermingsprojecten over heel de wereld.

Lange Wapper tussen afdelingen

De uiteenzetting van Anja Stas kon me dan weer boeien omdat ze onder andere een aspect aansneed waar ik zelf ook mee geconfronteerd word als marketeer op een business school: bruggen bouwen tussen wetenschap en marketing. Er werd in het geval van de branding van Kai-mook een heuse lange wapper gebouwd tussen de verschillende eilandjes binnen de organisatie. Hier moest het K-team voor zorgen dat bestond uit afgevaardigden uit de verschillende departementen (R&D, IT, marketing, etc.) In de maanden die de geboorte van Kai-mook voorafgingen draaide alles rond ABC: Authenticiteit, Beloning en Contributie. Vooral dit laatste aspect is belangrijk omdat de hele maatschappij moest gemobiliseerd worden voor de goede zaak: het lot van de bedreigde olifant in de spotlight zetten.

Olifantenmarketing als inspiratieboek
Sommige marketeers zullen Olifantenmarketing eerder percipiëren als een melkkoe op de kap van een opgesloten dier. Ondanks het feit dat ik bij dierentuinen ook steeds een gespleten gevoel heb dat slingert als een pendule tussen “ocharme” en “schattig” die beestjes, denk ik dat marketing in dit geval ten dienste kan staan van het groter (ecologisch) geheel. We zitten mijns inziens met een erfenis uit het verleden waar we iets verantwoord moeten mee doen. Ik geloof dan ook dat Olifantenmarketing ook een bron van inspiratie kan vormen voor andere sectoren.

Wie weet komt het stadsbestuur van Antwerpen – dat op dezelfde dag als de voorstelling koos voor de tunnel boven de Lange Wapper brug – ook binnenkort met een marketingboek. “Het Spaarvarken van A” is alvast een grote kanshebber als titel…

Nuttige Links
Hoe het olifantje Kai-Mook een lovebrand werd - Blog Lannoo
Olifanten Marketing - Kanaal Z

zaterdag 14 augustus 2010

De Social Media Secretaresse


Wat zou u doen indien u onverwachts drie wensen kreeg op het werk? Ik zou niet lang moeten nadenken. De eerste wens zou gaan naar een mailbox met artificiële intelligentie. De tweede wens zou ik gebruiken om de fail Whale van Twitter in een sushibar te veranderen. Met de derde wens toverde ik een social media secretaresse tevoorschijn. Haar koffie mag trouwens best naar slootwater smaken. Ze mag zelfs het faxapparaat verwarren met de papierversnipperaar. Er is slechts één kleine voorwaarde: Ze moet elke dag heel het internet hebben uitgelezen en alle nieuwtjes hebben gehoord.


Infobesitas

Door de dagelijkse waterval aan data lukt het me bijvoorbeeld niet meer om alle tweets te vangen en mijn wijsvinger stevent af op een facebook click-burnout door constant “vind ik leuk” aan te vinken. We mogen al van geluk spreken dat we niet meer hoeven te chatrouletten wegens out of business, maar binnenkort komen Google en de moslimgemeenschap met een eigen sociale netwerksite. Kortom, het social medialandschap verandert zelfs nog sneller dan de Belgische politiek. Dat is niet alleen voor individuen, maar ook voor bedrijven. Dat social media steeds belangrijker wordt voor bedrijven [infographic] is een openstaande deur opentrappen, maar hoe krijgen we ze te terug in het scharnier? Gelukkig bestaan er datatools, infographics, blogs en websites die de b2b marketeer kunnen helpen de workload en infobesitas te bestrijden.

Lang Leve de Tools

■ LinkedIn [Infographic] is voor de B2B Marketeer een even noodzakelijke tool als een truweel voor een metser. Linkedin promoot enerzijds zelf een aantal tools en anderzijds kan je op sites zoals Mashable ook wel een handig lijstje destilleren.

■ Om alle tweets te lezen die dagelijks verschijnen moet je waarschijnlijk een extra leven aankopen [Slideshare Insites consulting] . Enkele Twittertools waardoor je je data onder controle kan houden;

■ Het Sherlock Holmesgewijs in de gaten houden wat er gezegd wordt over uw merk kan met Google Alerts, maar ook met social media search engines.

■ Meten is weten en dat geldt ook voor het effect dat social media hebben op uw website traffic. Dat kan met Google Analytics, maar ook met andere tools zoals Woopra.

donderdag 22 juli 2010

Tour de Sloggi opgedoekt

Ik heb om mijn blog al meermaals neergepend dat de klachten die bij het JEP (Jury voor eerlijke Ethische Praktijken inzake reclame) komen doorgaans een groot Bassie en Adriaan-gehalte hebben. En kijk, een nieuwe kloneske klacht heeft de JEP zelfs gegrond verklaard. Het slachtoffer van dienst is Sloggi. De reclame-campagne "Tour de Sloggi" waarin vrouwen een slip dragen in de kleuren van de klassementstruien is gebrandmerkt als "afbreuk aan de waardigheid van de vrouw".

Onbegrijpelijk als je het mij vraagt. Vermoedelijk zitten er onder de aanklagers een aantal cellulitis-walvissen die het niet kunnen verkroppen dat er fijne vleeswaren worden geëtaleerd. Ik hoop dat er boerka-verplichting komt voor dergelijke verzuurde mensen. Dat zou pas verantwoord zijn in het straatbeeld!

maandag 19 juli 2010

I Love #Batakamp

"Panem et circences"
"Brood en spelen dat moet ge het volk toewerpen", zeiden de Romeinse keizers om hun volk te sussen. Keizer Termont kent zijn geschiedenis goed en organiseert daarom elke jaar de Gentse Feesten. Hij organiseert natuurlijk niet alles zelf, maar dat zijn slechts details. Als Gentse onderdaan en op straffe van zweepslagen ben ik gisteren de Gentse spelen opnieuw gaan inspecteren en ik zag dat het goed was.

Gili: "Credo quia absurdum"
Als er aan sommige mensen een hoek af is, dan moet Gili wel een cirkel wezen. Zo hebben we ze echter graag en comedian-mentalist Gili gaf op de Korenmarkt dan ook het beste van zichzelf. Wie Gili niet kent, hier een fragment uit Comedy Casino en 10 zweepslagen omdat ge een cultuurbarbaar zijt!

Batakamp: "Dura lex, sed lex"
Als er bepaalde Gentenaars zijn met nazistische of fascistische stuiptrekkingen dan kan ik Batakamp ten zeerste aanraden. De rode banners die het pseudo-concentrakamp sieren deden me onmiddelijk denken aan pseudo-swastika's. het Batakamp kent ook absurde regels: mensen met rasta's moeten het kamp onmiddellijk verlaten (ze mogen blij zijn dat ze niet worden vergast) en witte sokken zijn de dress code. Toen ik er gisterenavond was, werd het entertainment verzorgd door discobar van Gheluwe. De top 10 was even aantrekkelijk als het kapsel van zuster monica, maar er mag al eens gelachen worden met de katholieke kerk.

Eén regel zouden ze wel mogen toevoegen aan Batakamp en de Gentse feesten. Wie op een Vuvuzela blaast krijgt 10 zweepslagen en een halve liter Afrikaanse kamelenpis door zijn trompet gegoten. Vuvuzela's zijn immers zo passé!

zondag 9 mei 2010

The Virtual Revolution: Homo Interneticus

Waar is de tijd dat ik nog speelde met mijn legoblokjes en de tuin het podium was waar ik mijn avonturen beleefde? Piraat, avonturier, detective en astronaut, ik was het allemaal. Vandaag de dag moet ik de tijd helaas iets langer binnen doorbrengen. Noeste arbeid achter een laptop. Het werkavontuur heet zoiets! Het is dan ook met enkele fronsende wenkbrauwen dat ik zie dat kinderen nu al lange tijd doorbrengen achter de televisie, computer of GSM. De ene hand is vergroeid met de afstandsbediening, de andere met de computermuis. Kleine kinderen worden niet meer gevoed met de papfles maar met bits en bytes. In de laatste aflevering van de Virtual Revolution op Canvas – de homo interneticus - werd onderzocht hoe het internet onze relaties en onze manier van denken beïnvloedt. Evolueert de huidige generatie van homo sapiens tot homo interneticus? Ik ontdekte alvast een vierde en laatste paradox: Door meer vrienden te maken op het internet is er steeds minder tijd om echte vriendschap te sluiten. Ik haalde alvast twee boeken uit mijn boekenkast die zouden kunnen vechten als kat en hond over deze paradox.

Grown up digital

Don Tapscot is een Canadese auteur en autoriteit op het gebied van de invloed van de informatietechnologie op bedrijf en maatschappij. In zijn bekende boek ‘Grown up digital’ tracht hij op basis van een grootschalige survey onder andere een tiental vooroordelen bloot te leggen over de digitaal opgroeiende jeugd, die hij de echo van de baby boomers noemt. In één van zijn uiteenzettingen weerlegt hij de stelling dat de echo’s sociale vaardigheden verliezen:

“They’re so social that they make sure all of their friends on Facebook know what’s up with them day and night. Just watch them as they’re walking down the street. Chances are they’re talking to a friend on their cells or blackberrys (…) This doesn’t mean they are losing their social skills ; after all, expressing one’s feelings in writing was standard practice in the nine-teenth century.”
In de uitzending werd de verkiezing van Obama aangehaald als het schoolvoorbeeld dat internet ook mensen socialer en meer geëngageerd kan maken. Jonge mensen die anders onverschillig zouden staan t.o.v. politiek begonnen te discussiëren op Facebook, bekeken massaal toespraken op Youtube, etc. Tapscot verwerpt ook het feit dat homo interneticus dommer zou zijn dan de vorige generatie. Een stelling die ook Steven Johnson – auteur van Everything bad is good for you – kan beamen.

Het laatste kind in het bos

Tijdens de Canvas-uitzending moest ik eveneens denken aan het boek "Het laatste kind in het bos" van Richard Louv. Je zou hem in het kamp van neurologe Susan Greenfield of auteur Stephen Fry kunnen onderbrengen die beiden aan bod kwamen tijdens de Virtual Revolution. Deze Amerikaanse auteur legde al eerder het verband tussen de online-generatie en zaken als concentratiestoornissen, overgewicht en depressies. Hij pleit ervoor dat kinderen terug leren spelen en de natuur herontdekken zodat de lichaamlijke en geestelijke balans weer in evenwicht zijn.



Het boek staat dan ook haaks op de bevindingen van Don Tapscott. Het boek van Richard Louv is eigenlijk een waarschuwing tegen de jeugdige homo interneticus. Door ons online gedrag vervreemden we van de echte wereld en vooral van de natuur. Een gezonde portie natuur doet kinderen volgens de auteur immers beter presteren op school, zwengelt de creativiteit aan en leert ze beter oordelen en besluiten. Er zijn nog vele andere boeken en onderzoeksrapporten die net zoals Richard Louv, Susan Greenfield of Stephen Fry de keerzijde blootleggen van de virtuele revolutie. De mensen uit dit pessimistische kamp zijn tevens van oordeel dat op netwerksites als facebook vriendschap haar ware betekenis verliest en dat dit de samenleving ondermijnt. Hoe meer we ons bezighouden met het bouwen van virtuele netwerken, hoe minder tijd we besteden aan de echte wereld met echte vriendschap.

De echte boom in het virtuele bos

Veiligheidshalve plaats ik beide boeken elk aan een uiteinde van de boekenkast. Er zouden anders bladzijden sneuvelen in het gevecht. Persoonlijk denk ik dat de waarheid zich ergens in het midden situeert. Het is enerzijds belangrijk dat kinderen hun digitale takken spreiden om in aanraking te komen met mensen die anders onbereikbaar zouden zijn. Anderzijds moeten ze via hun wortels in aanraking blijven met de natuur. Ik ben van mening dat internet een stimulerende en aanvullende kracht heeft, maar tegelijkertijd mogen we onze kop niet in het zand steken voor neveneffecten zoals internetverslaving, gokverslaving, cyberpesten of seksverslaving. Ik vrees dat internetverslaving zonder gezond evenwicht anders wel eens de grootste ziekte van de toekomst zou kunnen worden. U mag me dan ook steeds toevoegen op twitter, maar verwacht er niet direct een virtueel huwelijksaanzoek! Dat wil ik op mijn knieën doen onder een echte boom.

woensdag 28 april 2010

The Virtual Revolution (Canvas): deel III

De derde uitzending van “The Virtual Revolution” was voor mij als database marketeer wellicht de meest interessante aflevering uit deze vierdelige BBC-reeks. In ‘The cost of free’ kwam – net zoals in de vorige afleveringen (zie blogartikel 1 & 2) – een nieuwe paradox bovendrijven. Hoe meer je een gratis internetoceaan creëert op het internet, des te meer consumenten zullen verdrinken door de onzichtbare kapitalistische ijsbergen.

Op 10 april 1912 verliet de Titanic de haven van South Hampton. Het was in die tijd het grootste schip en zogezegd onzinkbaar. Ondertussen zouden we moeten weten waartoe dergelijke grootschalige projecten zonder permanente waakzaamheid en nederigheid leiden. Zijn we ons als consument wel bewust van de onzichtbare ijsbergen? We zoeken gratis nieuws op, connecteren gratis a volonté met Britney Spears, volgen gratis de laatste tweets van Vincent van Quickenborne en lanceren zoekoprachten op Google zonder dat we het voelen in onze portemonnee, etc. Als consument voel je je king of the World. Wat is er trouwens in hemelsnaam mis met gratis? Twee uitspraken tijdens de uitzending vatten het antwoord op deze vraag mijns inziens goed samen. Douglas Rushkoff, auteur van Life Inc. formuleert het kort en bondig:”The product online is not the content, the product online is you” en Lt Col Greg Conti vervolgt met : “We are disclosing an unprecedented amount of information about ourselves to third parties and that really makes me very very concerned (…) you can’t put the genie in the bottle once it’s out there”. Kortom, wij zijn onbewust een handelswaar geworden doordat we als compensatie voor gratis content onze data afgeven, die voor marketeers een schatkamer aan informatie bevat. In 2007 gaf prof. Hendrik Speck trouwens een uiteenzetting over social network Analysis. Enkele slides bevatten een mooi overzicht van de data die consumenten allemaal achterlaten om hun informatiehonger te stillen.


Met de verworven data kunnen marketeers aan behavorial targetting doen. Dat kan gaan van vrij onschuldig tot en met een diepe aantasting van de privacy. Zo zullen er maar weinig mensen bezwaar hebben tegen het feit dat een website via een cookie onthoudt dat u graag een website in het Nederlands leest. Het gaat al iets verder als uw vrienden op Facebook of Ebay lezen welke pikante DVD’s u gisteren hebt gekocht. Beacon was een voorbeeld van dergelijke praktijken dat uiteindelijk werd afgevoerd wegens een aantasting van de privacy. In de reportage was het AOL search data scandal een mooi voorbeeld van een ultiem doomscenario voor onze privcay. In augustus 2006 werd een file gelekt met alle zoekopdrachten van de afgelopen 3 maanden op AOL. Ondanks het feit dat de data gecodeerd waren met een anonieme ID-nummer, slaagde de New-york times er toch in om een gezicht te plakken op sommige ID’s.

In de reportage werd naast het privacy-issue nog een ander probleem blootgelegd. Door de verzamelde data worden consumenten voorspelbare wezens of we maken er als marketeers alleszins voorspelbare wezens van. Marketeers schotelen hetzelfde genre dvd’s, reizen of boeken voor omdat data heeft uitgewezen dat we dit in het verleden nu eenmaal graag kochten. De statistische kans op een nieuwe aankoop is dan het grootst. Een nadeel is dat we op die manier geen nieuwe dingen leren ontdekken. Serendipity – wat een mooi woord trouwens – wordt de mond gesnoerd . We mogen als consument niet ongevraagd het schip verlaten om het avontuur te ontdekken.


Moeten we nu als consument paranoïde worden? Moeten we marketeers zonder verdoving aan de schandpaal nagelen? Absoluut niet! De moderne technologie en bijhorende data moeten ten dienste staan van de consument. Het grote gevaar zit hem echter niet in het feit wat er vandaag met onze data gebeurt, maar eerder wat er in de toekomst met deze data kan én zal gebeuren. Het is te gemakkelijk om alle verantwoordelijkheid daarbij in de schoenen te schuiven van marketeers. Voor een groot deel moeten er natuurlijk wetten en deontologische codes zijn. Het grote gevaar komt echter van de consumenten zelf die hun data actief verspreiden door het invullen van webformulieren in de hoop dat er gratis snoep uit de automaat valt. Consumenten moeten waakzaam zijn en blijven. Enkel het topje van de ijsberg is gratis en zichtbaar. Geloven dat er absoluut niks mis kan gaan is voor 1500 consumenten 100 jaar geleden ook anders uitgedraaid.

donderdag 22 april 2010

De Virtual Revolution (Canvas) deel II

Eergisteren werd het tweede deel van de Virtual Revolution op mijn netvlies gebrand: Enemy of the State. Daar waar het eerste deel zich mijns inziens voornamelijk focuste op de paradox van de gelijkheid (lees vorig blogartikel), werd in dit tweede deel een nieuwe paradox blootgelegd van de revolutie. Het initiële doel van het internet was immers meer “broederschap” tussen mensen te creëren. Door meer mensen met elkaar te connecteren duiken er echter ook steeds meer krachten op die deze broederschap willen manipuleren.







Liberté, égalité, Fraternité of the internet: De tweede paradox
Stel je voor dat er al internet zou bestaan tijdens de Franse Revolutie. Zou de Franse republiek er dan sneller of juist niet gekomen zijn. Zou koning Lodewijk XVI zijn iphone in aanslag hebben gehouden om de twitterberichten over hem te checken? We zullen het waarschijnlijk nooit te weten komen. Tijdens deze tweede reeks werden wel een aantal actuele voorbeelden aangehaald waarbij online-platformen zoals Twitter een strijdmiddel zijn geworden om mensen te mobiliseren tegen bepaalde regimes of instellingen. Dat heeft het Iraanse regime mogen ondervinden tijdens de twitterrevolutie. Het internet zet aan tot solidariteit, empowerment en geeft macht aan individuen. Iedereen die een internetverbinding heeft, bezit de macht om iets bij te dragen. Het spreekt voor zich dat ook de overheid en andere instellingen die bloot staan aan kritiek zich wapenen tegen deze waterval aan kritische woorden op Twitter, Facebook en andere social media. Op die manier ontstaat een nieuwe virtuele wapenwedloop. Enerzijds tussen burgers en staat, anderzijds tussen staten onderling. Een schoolvoorbeeld in deze wapenwedloop is China, dat zich zeer schizofreen gedraagt. De navelstreng met de digitale buitenwereld wordt op geregelde tijdstippen door een overheidswasknijper dichtgeknepen. De angst dat de buitenwereld (Het Westen) gevoed zou worden met de interne keukenaangelegenheden is immers groot. Op andere momenten wordt de wasknijper door de overheid juist opengezet zodat het Chinese volk gevoed wordt met de juiste propaganda. Fifty Centers – bloggers die betaald worden door de overheid – zorgen daarbij voor de nodige content. Tegelijkertijd recruteert de Chinese overheid op grote schaal – edoch onofficieel – hackers die bedrijfscomputers van onder andere Amerikaanse multinationals moeten leegslurpen zoals een Starbucks meeneemkoffie.

Niet alleen bestaande groeperingen en overheden hanteren het internet als een afspiegeling van de real world. Door het internet ontstaan er eveneens tribes en andere zaken die anders nooit zouden ontstaan zijn. Een positief voorbeeld is het ontstaan van Paypal, een virtuele eenheidsmunt. Er is echter ook een keerzijde aan het ontstaan van deze tribes. Individuen met een fatalistisch of terroristisch gedachtengoed creëren dankzij het internet een vorm van ‘portable homeland’. Zij hebben niet tot doel om broederschap te brengen onder de wereldbevolking. Ze hanteren het internet (Youtube, blogs, etc.) om een boodschap van haat up te loaden. Door een interne samenhorigheid en broederschap zien ze alleen nog maar de anderen als een outgroup. Het is mijns inziens dan ook een terechte reflectie die op het einde van de reportage werd gemaakt: wat als iedereen online komt in plaats van de huidige 25% van de wereldbevolking? Groeien er dan nog meer ingroups en outgroups? Gaan we ons binnen tien jaar 's nachts veiliger voelen in de buitenwijken van Brussel dan in cyberland? Laten we gewoon binnen nog eens 20 jaar afspreken om verder te debateren. Zelfde plaats, zelfde zender.

woensdag 14 april 2010

Canvas-uitzending: Virtual Revolution

Indien ik vandaag een teletijdsmachine zou hebben en terugkeerde naar de jaren '70, wat zou ik dan zeggen? Indien ik dan zou beweren dat er een virtual revolution op de mensheid zou afkomen, zou ik vermoedelijk de herinvoering van de guillotine op mijn hals halen of toch tenminste de stempel insane op mijn achterwerk gebrand krijgen. Het is immers bijna ongeloofwaardig welke nieuwe revolutie we hebben doorstaan. We zijn er ingerold zonder er echt stil bij te staan. Reden genoeg voor de BBC om er een vierdelige reeks aan te wijden onder de titel: The Virtual Revolution. Canvas zond gisteren de eerste aflevering uit. De opbouw van de eerste aflevering van “virtual revolution” zat mijns inziens goed in elkaar. Ik onthoud uit deze eerste uitzending voornamelijk hoe de goede intenties van gelijkheid misschien nog meer ongelijkheid veroorzaken.

Liberté, égalité, Fraternité of the internet?
Het internet vindt zijn wortels volgens sommigen in het hippie-tijdperk terug waarbij tegen de schenen van de gevestigde autoriteiten werd geschopt. Een nieuwe orde waarbij iedereen op gelijke voet samenleefde was de ultieme droom. Het was in deze potgrond dat de filosofie van het internet werd geplant. Doorheen de jaren is het een reuzenboom geworden met ontelbare takken. In theorie heeft iedereen toegang tot het web en kan iedereen content plaatsen. Het ligt – ondanks de goede voornemens – vermoedelijk in de aard van het menselijk beestje dat macht, geld en ongelijkheid een triumviraat is dat al eeuwen onverroest meegaat. Microsoftoprichter Bill Gates begreep niks van de gratis-softwarepolicy in de beginjaren van het internet en begon zijn Internet Explorer-pakket tegen betaling door het figuurlijke computerstrot te rammen van de consument, tegen betaling en zonder alternatief. Vele rechtzaken later is er wel concurrentie, maar Microsoft blijft met zijn Internet Explorer nog steeds de grootste. Op het internet vind je daarnaast misschien verschillende online boekenwinkels, zoekmachines en netwerksites, maar de skepter wordt toch gezwaaid door slechts een handvol bekende merken als Ebay, Google en Facebook. Wikipedia is misschien nog het mooiste voorbeeld hoe de goede intenties van “liberté, égalité en fraternité” niet konden ontsnappen aan de menselijke hiërarchische structuren. Dat gaf de oprichter van Wikipedia ook zelf volmondig toe in de reportage. Volledige democratie is slechts een utopie. Er zijn steeds mensen nodig die beslissen en optreden als gatekeepers.

Ik denk persoonlijk dat de theorie van de Franse socioloog Pierre Bourdieu op heel de reportage goed van toepassing is. Er zal steeds een machtsstrijd zijn tussen burgers, of dit nu in de reële wereld of virtuele wereld is. Hoe je het draait of keert zal er steeds kapitaal om het hoekje komen kijken. Wie heeft het geld om de snelste servers te betalen, Google Adwords te plaatsen,copywriters met goede seo-kennis te betalen, netwerken uit te bouwen,etc. Het zijn maar enkele voorbeelden hoe de droom van de utopische gelijkheid nooit verwezenlijkt kan worden. Misschien moet ik dezelfde teletijdsmachine nemen waarover ik in het begin sprak en naar de toekomst reizen. Gewoon uit nieuwsgierigheid om te zien wat er nog op ons zal afkomen. Het is goed mogelijk dat het internet dan niet meer bestaat en dan heb ik dit blogje helaas voor niks geschreven.