maandag 20 juni 2011

De ruige ruienwandeling

Meer stilstaan bij dagdagelijkse dingen, dat zouden we meer moeten doen. Zo staan we bijvoorbeeld niet tot nauwelijks stil bij alle zaken die we door het keelgat van onze toilet spoelen. We bedekken het goedje hooguit met een wit dun velletje als ware het een slachtoffer van een tunnelongeval. Zonder afscheidsdienst of dankwoord drukken we op de doorspoelknop. Waar het heen gaat en of het reisziek zou worden, het zal ons een worst wezen. Door mijn Antwerpse Ruienwandeling zondagmiddag is er aan deze onverschilligheid een bruusk einde gekomen.

De gids van dienst was Jef, een man die als een overvolle regenton overliep van enthousiasme over het middeleeuwse rioolnetwerk van Antwerpen. De wandeling begon met een kleine boottocht om de beenspieren nog niet onmiddellijk te vermoeien en natte knieën te vermijden. Wat volgde was een wandeling doorheen de onderbuik van de stad, gespeisd met weetjes en annekdotes. Ik had me op voorhand een eentonige stinkende lange saaie koker voorgesteld waar de duisternis met de skepter zwaaide. De Antwerpse ruien worden echter gekenmerkt door verschillende soorten gewelven die als legoblokjes in elkaar zitten vastgeknoopt. Ook de breedte varieert van stuk tot stuk. In de middeleeuwen moesten de burgers immers zelf hun eigen stukje rui overkappen. Zo kozen de Jezuïten van de Bartholomeus-kerk voor dure leisteen zodat diegenen die onder hun kerk voeren ook duidelijk wisten dat ze zich onder heilig gebied bevonden. Diegenen die met vlotten onder de ruien voeren tijdens de middeleeuwen zullen de etymoligische oorsprong van het begrip “op uw kop laten schijten” trouwens  ook beter verstaan dan wie ook. Waar je als bezoeker van de Antwerpse ruien hooguit in wat modder moet wandelen, lieten de middeleeuwse Antwerpenaren hun gevoeg gewoon in de ruien vallen. De plastieken afvoerpijpen met regenwater en huishoudelijk afval bestonden immers nog niet. Een stinkende brei vol ziektekiemen moet  als een dodelijke lavastroom onder de huizen van de Antwerpenaren hebben gestroomd. De ratten, spinnen en pissebedden zullen er minder om klagen. Voor hen is het al eeuwen lang een luxeresort met vloeibare champagne.

In de Antwerpse ruien zijn er ook enkele tentoonstellingen die de geschiedenis in beeld brengen, gaande van epidemie-overzichten tot de ruien als decor voor strips, boeken en televisie. Eenmaal terug boven merk je op het straatbeeld eigenlijk weinig van de ruien. Ik heb er vermoedelijk al duizenden keren onbewust bovengelopen, maar nooit stilgestaan bij het uitgebreide mollennetwerk dat zich onder mijn voeten bevond. Ik weet zeker dat wanneer ik in Antwerpen nog eens op de doorspoelknop druk, ik in gedachten het traject nogmaals zal beleven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen