zondag 9 mei 2010

The Virtual Revolution: Homo Interneticus

Waar is de tijd dat ik nog speelde met mijn legoblokjes en de tuin het podium was waar ik mijn avonturen beleefde? Piraat, avonturier, detective en astronaut, ik was het allemaal. Vandaag de dag moet ik de tijd helaas iets langer binnen doorbrengen. Noeste arbeid achter een laptop. Het werkavontuur heet zoiets! Het is dan ook met enkele fronsende wenkbrauwen dat ik zie dat kinderen nu al lange tijd doorbrengen achter de televisie, computer of GSM. De ene hand is vergroeid met de afstandsbediening, de andere met de computermuis. Kleine kinderen worden niet meer gevoed met de papfles maar met bits en bytes. In de laatste aflevering van de Virtual Revolution op Canvas – de homo interneticus - werd onderzocht hoe het internet onze relaties en onze manier van denken beïnvloedt. Evolueert de huidige generatie van homo sapiens tot homo interneticus? Ik ontdekte alvast een vierde en laatste paradox: Door meer vrienden te maken op het internet is er steeds minder tijd om echte vriendschap te sluiten. Ik haalde alvast twee boeken uit mijn boekenkast die zouden kunnen vechten als kat en hond over deze paradox.

Grown up digital

Don Tapscot is een Canadese auteur en autoriteit op het gebied van de invloed van de informatietechnologie op bedrijf en maatschappij. In zijn bekende boek ‘Grown up digital’ tracht hij op basis van een grootschalige survey onder andere een tiental vooroordelen bloot te leggen over de digitaal opgroeiende jeugd, die hij de echo van de baby boomers noemt. In één van zijn uiteenzettingen weerlegt hij de stelling dat de echo’s sociale vaardigheden verliezen:

“They’re so social that they make sure all of their friends on Facebook know what’s up with them day and night. Just watch them as they’re walking down the street. Chances are they’re talking to a friend on their cells or blackberrys (…) This doesn’t mean they are losing their social skills ; after all, expressing one’s feelings in writing was standard practice in the nine-teenth century.”
In de uitzending werd de verkiezing van Obama aangehaald als het schoolvoorbeeld dat internet ook mensen socialer en meer geëngageerd kan maken. Jonge mensen die anders onverschillig zouden staan t.o.v. politiek begonnen te discussiëren op Facebook, bekeken massaal toespraken op Youtube, etc. Tapscot verwerpt ook het feit dat homo interneticus dommer zou zijn dan de vorige generatie. Een stelling die ook Steven Johnson – auteur van Everything bad is good for you – kan beamen.

Het laatste kind in het bos

Tijdens de Canvas-uitzending moest ik eveneens denken aan het boek "Het laatste kind in het bos" van Richard Louv. Je zou hem in het kamp van neurologe Susan Greenfield of auteur Stephen Fry kunnen onderbrengen die beiden aan bod kwamen tijdens de Virtual Revolution. Deze Amerikaanse auteur legde al eerder het verband tussen de online-generatie en zaken als concentratiestoornissen, overgewicht en depressies. Hij pleit ervoor dat kinderen terug leren spelen en de natuur herontdekken zodat de lichaamlijke en geestelijke balans weer in evenwicht zijn.



Het boek staat dan ook haaks op de bevindingen van Don Tapscott. Het boek van Richard Louv is eigenlijk een waarschuwing tegen de jeugdige homo interneticus. Door ons online gedrag vervreemden we van de echte wereld en vooral van de natuur. Een gezonde portie natuur doet kinderen volgens de auteur immers beter presteren op school, zwengelt de creativiteit aan en leert ze beter oordelen en besluiten. Er zijn nog vele andere boeken en onderzoeksrapporten die net zoals Richard Louv, Susan Greenfield of Stephen Fry de keerzijde blootleggen van de virtuele revolutie. De mensen uit dit pessimistische kamp zijn tevens van oordeel dat op netwerksites als facebook vriendschap haar ware betekenis verliest en dat dit de samenleving ondermijnt. Hoe meer we ons bezighouden met het bouwen van virtuele netwerken, hoe minder tijd we besteden aan de echte wereld met echte vriendschap.

De echte boom in het virtuele bos

Veiligheidshalve plaats ik beide boeken elk aan een uiteinde van de boekenkast. Er zouden anders bladzijden sneuvelen in het gevecht. Persoonlijk denk ik dat de waarheid zich ergens in het midden situeert. Het is enerzijds belangrijk dat kinderen hun digitale takken spreiden om in aanraking te komen met mensen die anders onbereikbaar zouden zijn. Anderzijds moeten ze via hun wortels in aanraking blijven met de natuur. Ik ben van mening dat internet een stimulerende en aanvullende kracht heeft, maar tegelijkertijd mogen we onze kop niet in het zand steken voor neveneffecten zoals internetverslaving, gokverslaving, cyberpesten of seksverslaving. Ik vrees dat internetverslaving zonder gezond evenwicht anders wel eens de grootste ziekte van de toekomst zou kunnen worden. U mag me dan ook steeds toevoegen op twitter, maar verwacht er niet direct een virtueel huwelijksaanzoek! Dat wil ik op mijn knieën doen onder een echte boom.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen